Er is een fase die bijna niemand herkent terwijl hij erin zit: het punt waarop je eigenlijk niets meer voelt.
Niet verdrietig, niet blij, niet echt boos. Gewoon vlak. Je functioneert prima, je doet je werk, je bent aanwezig op verjaardagen. En er komt niets echt binnen.
Mensen noemen dat vaak "ik ben gewoon moe" of "ik zit even niet lekker in mijn vel". Meestal is het iets anders.
Wat er gebeurd is
Als je jarenlang wegdrukt, word je daar goed in. Dat is geen zwakte, dat is training.
Je hebt geleerd om niet te voelen wat er langskomt, want voelen kostte tijd die je niet had. Dus werd je handiger in vluchten dan in blijven. Langer doorwerken. Een glas erbij. Twee uur scrollen. Nog een project aannemen.
Het probleem is dat je niet selectief kunt afsluiten. Je zet niet alleen het vervelende uit. Je zet alles uit. En dan blijft er een leven over dat op papier goed is en van binnen leeg voelt.
Waarom geraakt worden informatie is
Stel dat iemand iets zegt en je voelt iets omhoogkomen. Irritatie, verdriet, een brok.
De reflex is: wegduwen. Niet aanstellen, doorgaan.
De interessantere vraag is: waarom raakt dit mij?
Dat kan iets van deze week zijn. Het kan ook iets van heel lang geleden zijn dat nu pas aanklopt. Er zit bijna altijd een verlangen onder — iets wat je wilt en niet krijgt, of iets waarvan je vindt dat het anders had gemoeten.
Daar zit informatie die jou iets wil vertellen.
Wie eromheen loopt, mist dat. Wie erbij blijft, komt erachter wat er speelt. En dat is waar ontwikkeling zit.
Waarom dit eng is
Laten we het niet mooier maken dan het is. Als je jarenlang niet gevoeld hebt, is de eerste keer dat er iets doorkomt niet prettig.
Mensen zijn bang dat als ze het toelaten, het niet meer stopt. Dat ze instorten. Dat er iets ligt wat ze niet aankunnen.
In de praktijk gebeurt dat zelden. Wat er meestal gebeurt is dat er iets loskomt, dat het een tijdje heftig is, en dat het daarna zakt. En dat er ruimte overblijft waar eerst spanning zat.
Dat is ook precies waarom je dit niet alleen doet. Er is verschil tussen erbij blijven en erin verdwijnen. Iemand die meekijkt maakt dat verschil.
Waar je merkt dat het terugkomt
- Je wordt geraakt door iets kleins — een liedje, een zin in een film — en je hoeft er niets mee.
- Je merkt irritatie eerder op, vóórdat hij eruit komt.
- Je hebt zin in dingen die nergens toe dienen.
- Je weet aan het eind van de dag wat je gevoeld hebt, in plaats van alleen wat je gedaan hebt.
Hoe je begint
Niet met graven. Met je lichaam.
Ademwerk en koude zijn hier zo bruikbaar omdat ze je terugzetten in je lijf zonder dat je erover hoeft te praten. In een ademsessie komt er vaak vanzelf iets naar boven — niet omdat iemand ernaar vraagt, maar omdat je even niet aan het wegdrukken bent.
En daarna is de vraag simpel: wat was dat, en waar wees het naar?