Er zit een patroon in bijna elk eerste gesprek dat wij voeren.
Iemand zegt eerst wat hij wil. Helder, vaak zonder aarzeling. Meer rust. Ander werk. Beter contact thuis. Iets doen wat écht van hem is.
En dan komt de "maar".
Maar dat gaat nooit lukken. Maar het is te veel. Maar zo ben ik nu eenmaal. Maar dit is niet het juiste moment. Maar ik heb een gezin.
Wat er na die "maar" gebeurt
Vanaf dat woord verandert het gesprek van richting. Alles wat volgt wordt iets om tegenaan te schoppen. De rest van het gesprek gaat over waarom het niet kan, en het oorspronkelijke verlangen verdwijnt uit beeld.
Het vervelende is dat het klinkt als realisme. Alsof je gewoon nuchter bent over je situatie.
Maar het is bijna nooit een feit. Het is een afspraak die je ooit met jezelf hebt gemaakt en nooit meer hebt herzien.
De vraag
Dus stellen wij een vervelende vraag.
Is dat waar?
Is het waar dat het niet kan? Is het waar dat het te veel is? Is het waar dat dit niet het juiste moment is — of is er nooit een juist moment?
Meestal blijft er dan verrassend weinig van over. Niet omdat iemand loog, maar omdat de gedachte nooit is nagekeken. Hij lag er al jaren en niemand heeft hem opgetild.
Wij zoeken niet je talent
Dit is een belangrijk verschil met veel coaching. Wij zijn niet primair op zoek naar waar je goed in bent — dat weet je zelf meestal wel, en anders vertellen anderen het je wel.
Wij zoeken waar je jezelf blokkeert.
Want daar zit de rem. Je kunt alle talent van de wereld hebben en er niets mee doen omdat er een overtuiging tussen zit die je nooit hebt onderzocht.
Het moment dat iemand het zelf ziet
Dit is waar het werk voor ons de moeite waard is.
Er is een moment waarop iemand zijn eigen belemmering ziet. Niet omdat wij het hebben verteld — dat werkt niet — maar omdat hij het zelf doorheeft.
Je ziet het gebeuren. Iemand gaat rechter zitten. Komt onder de deken vandaan. Wordt zichtbaar. Krijgt weer zin in wat hij wil gaan doen.
Wat je zelf kunt doen
- Schrijf op wat je wilt. Eén zin. Zonder toevoegingen.
- Schrijf op wat er na de "maar" komt. Ook één zin, precies zoals hij in je hoofd klinkt.
- Vraag jezelf: is dat waar? Niet "voelt het waar" — is het aantoonbaar waar?
- Zoek de eerstvolgende stap. Niet het hele plan. Eén stap.
Die laatste is de belangrijkste. Want een doel dat te groot is, wordt vanzelf weer een "maar".
Er is altijd een stap die je kunt maken.