Voordat ik hier ooit iemand in begeleidde, zat ik zelf in een zaal in Utrecht. Heel veel mensen, en ik had het nog nooit gedaan.
Ik ben een doener. Dus ik ging het gewoon doen.
Wat ze vooraf zeiden
Op een gegeven moment ga je diep naar binnen, zeiden ze. Dan komen er emoties los die je niet fijn vindt. En dan moet je er juist naartoe. Naar je toe halen, niet wegduwen.
Dat klonk logisch toen ik nog rechtop zat.
De zaal ging los
Halverwege begon het om me heen. Mensen schreeuwden. Er gebeurde van alles.
En ik lag daar te denken: wat zit ik hier in godsnaam te doen, met allemaal gekken om me heen. Dit is niets voor mij. Dit klopt niet.
Dat is trouwens een hele normale gedachte. Bijna iedereen krijgt op zo'n moment een reeks redenen aangeleverd waarom hij hiermee moet stoppen. Waarom doe ik dit eigenlijk. Waar is dit goed voor. Ik voel toch niks.
En toen dacht ik: nee. We gaan dit gewoon doen.
Iets zwaars
Ik bleef ademen. En toen voelde ik iets heel zwaars aankomen.
Mijn eerste reactie was precies wat ik al jaren deed: daar wil ik niet bij. Wegduwen.
Maar dat was nou juist niet de bedoeling. Dus ademde ik ernaartoe.
Wat er onder zat
Mijn zus is overleden. En sinds die tijd is er geen hechte familie meer. Mijn ouders kunnen geen kerst meer met ons vieren, want dan wordt de pijn te groot.
Ik was dus niet alleen mijn zus kwijt. Ik was ook het geheel kwijt — het samenzijn, de vanzelfsprekendheid van een familie.
Daar was ik boos over. Omdat zij dat niet aankonden.
En daar, in die zaal, voelde ik voor het eerst niet mijn eigen verdriet maar dat van hen. Het verlies van een dochter is iets anders dan het verlies van je oudere zus. Dat wist ik wel, maar ik had het nooit gevóéld.
Ik voelde mezelf klein worden. Alle boosheid zakte weg. Het enige wat ik nog wilde was ze vasthouden. En het loslaten.
Daar was ik nooit bij gekomen zonder die ademhaling.
Waarom ik dit deel
Niet omdat iedereen die gaat ademen bij zoiets uitkomt. Dat is niet zo, en het hoort ook niet het doel te zijn.
Wel omdat er bij bijna iedereen iets onder de oppervlakte ligt waar je met denken niet bij komt. Je kunt er jaren omheen praten. Het zit niet in je hoofd, het zit in je lijf, en het komt pas los als je even stopt met wegdrukken.
Dat is ook wat ik terugzie bij deelnemers. Een van hen kwam er tijdens een sessie achter dat ze een gesprek moest voeren dat ze al jaren ontweek. Een heel ander onderwerp, hetzelfde mechanisme.
Wat je ervan kunt meenemen
- De weerstand hoort erbij. Het moment waarop je denkt "waarom doe ik dit" is meestal het moment vlak voor het interessante deel.
- Je hoeft niet te weten waar je naartoe gaat. Ik wist het ook niet. Je hoeft alleen niet weg te lopen.
- Doe het niet alleen. Er is verschil tussen erbij blijven en erin verdwijnen. Iemand die meekijkt maakt dat verschil — en ademwerk hoort sowieso nooit in of bij water.
Lees hoe een sessie in de praktijk verloopt in het handboek, of bekijk mijn verhaal in zeven fases.